SICA, Trans Artists and MEDIA Desk Netherlands have merged into the organisation for international cultural cooperation. Read more

Close

Meer Europees geld voor cultuur?

Dit artikel is gepubliceerd in SICAmag editie 29, 2006.


Ruim een jaar geleden stelde EU-voorzitter José Manuel Barroso dat cultuur het middel bij uitstek is om samenwerking in Europa op te bouwen. Cultuur, zo luidde zijn boodschap, is geen luxe, maar noodzaak als het gaat om het Europese integratieproces.
Maar in totaal geeft Europa jaarlijks slechts 34 miljoen euro aan cultuur uit, 0,03 procent van het totaal. Ter vergelijking: drie jaar geleden bedroeg de begroting van het Muziektheater in Amsterdam 55 miljoen euro. Hoe moet dat nu verder? Een inventarisatie van meningen. Gottfried Wagner, directeur European Cultural Foundation, Harald Hartung, ambternaar EU, Frie Leysen van kunstenfestival Desarts Brussel en Peter Inkei van de Budapest Observatory over de EU en het kunst budget.

De duidelijke mening van Barosso bleken loze woorden. Sterker nog: wie naar de centen voor cultuur kijkt, moet concluderen dat het onderwerp geen prioriteit heeft. Voor The European Cultural Foundation (ECF) en het European Forum of the Arts and Heritage (EFAH) was dat vorig jaar aanleiding om een campagne te voeren om het cultuurbudget op te vijzelen. Inzet was het bedrag van zeven cent per EU-burger te verhogen naar 70 cent per inwoner. De actie kan rekenen op steun van Europese prominenten, onder wie prinses Margriet en politici als Richard von Weizsäcker, oud-president van Duitsland, en voormalig EU-voorzitter Jacques Delors. Bijna een jaar later is de hoogte van het cultuurbudget nog onbekend. Er lag een voorstel om het bedrag ónder de zeven cent per EU-burger te laten zakken, maar dat is getorpedeerd door het europarlement. Mogelijk stijgt het naar negentien cent, een bedrag dat ver onder de doelstelling ligt. Is dat inderdaad het resultaat, dan is dat “teleurstellend en zeer marginaal”, reageert Gottfried Wagner. Hij is directeur van de ECF, een onafhankelijke organisatie voor culturele samenwerking in Europa. Diplomatiek weet Wagner zijn afkeuring toch ook te nuanceren. “Leden van het Europees parlement spreken van een revolutie. Nooit eerder werd een bedrag meer dan verdubbeld.” Ook noemt hij het positief dat cultuur nu duidelijk op de agenda staat. “Zelfs Europarlementariërs die zich nooit met cultuur bezighielden, beseffen dat het een manier is om bruggen te slaan.”

Conflict of dialoog
Los van budgetperikelen staat het voorstel om 2008 uit te roepen tot het Europese Jaar van de Interculturele Dialoog, met onder andere aandacht voor cultuur. Want de dialoog tussen culturen blijkt onmisbaar voor de toenadering van de Europese volkeren, meent initiatiefnemer Ján Figel, Europees commissaris van cultuur. De interculturele identiteit van Europa is ook een van de stokpaardjes van Barroso, vertelt Wagner. Mogelijk is die aandacht terug te voeren op zijn curriculum. Op jonge leeftijd werkte de Portugees bij het Centre de la Culture in Genève. Wie de Europese geschiedenis in herinnering roept, beseft dat de interculturele dialoog de toekomst heeft. Barroso formuleerde het als volgt: “As Europe expands, what holds us together, what makes us belong? The answer is culture. The question of what Europe can do for culture and what culture can do for Europe have acquired a new sense of urgency.”
ECF-directeur Wagner roept de recente oorlog in voormalig Joegoslavië in herinnering. “Die werd aangewakkerd door een intellectuele groepering. Het benadrukken van culturele verschillen leidt dikwijls tot strijd. We kunnen kiezen tussen óf het conflict – a clash of cultures – óf de dialoog, the intercultural identity. Een alternatief is niet voorhanden.”
Het geringe belang van het Europese cultuurbeleid is terug te voeren tot de lidstaten zelf, want een aantal landen laat het cultuurbeleid niet graag los. Gevreesd wordt dat Brussel de nationale identiteit aantast. Voorafgaand aan de toetreding van veel nieuwe staten, woedden daarover verhitte discussies, vertelt Péter Inkei, voormalig consultant van de Raad van Europa. Hij is directeur van de Budapest Observatory, een onafhankelijke organisatie voor cultuur in achttien Oosteuropese landen, waaronder ook nieuwe EU-lidstaten als Tsjechië, Hongarije en Polen. “Twee jaar geleden reageerden mensen bijna hysterisch. Als we meedoen aan de EU verliezen we onze culturele identiteit, dachten ze. Maar omdat er na de toetreding relatief weinig veranderde, wordt er nog weinig over gepraat. Langer geleden was er vooral pathos over de EU. De verwachtingen van de democratische familie waren hoog. Maar ook dat is verdwenen. Wat restte was de calculatie. Het debat wordt nu beheerst door de vraag hoeveel we krijgen en hoeveel we moeten betalen.”
Inkei was nooit zo’n voorstander van de ‘70 cents for culture’-campagne. In dat licht is het begrijpelijk als hij zegt dat er ook voordelen kleven aan het niet-slagen ervan. “Eerst moeten we discussiëren over het doel. Waar gaan we het geld aan besteden? Is dat duidelijk, dan is het enthousiasme misschien zo groot dat het bedrag wordt verhoogd naar honderd cent. Eén procent van de totale EU-begroting kan toch ook gemakkelijk? Misschien moeten we Barroso helpen. De afgelopen jaren kwamen we niet met nieuwe ideeën. Denk aan het concept van de Culturele Hoofdstad van Europa. Dat is zo sterk. Daarin willen allerlei partijen investeren: de EU, nationale staten en ook het publiek. Zoiets moeten we opnieuw verzinnen.”
Ook zijn de criteria op grond waarvan instellingen subsidie kunnen aanvragen aan verbetering toe. “Film valt op dit moment niet onder het cultuurbeleid. Dat is een stomme fout die we dienen te verhelpen.” Ook Wagner pleit voor herziening. De huidige systematiek moet zijns inziens minder log en bureaucratisch. Op die manier kunnen ook kleine organisaties in Groningen en Zuid-Italië toegang krijgen tot het cultuurbudget.

Cultuursector loopt voor op EU
Een organisatie die drie keer EU-subsidie ontving, is het KunstenFESTIVALdesArts in Brussel, jaarlijks goed voor dertig producties op het gebied van muziektheater, dans, theater, en soms film en tentoonstellingen. Vorig jaar was er geen subsidie en ook de komende editie valt het festival buiten de boot. De afwijzing was op grond van objectieve criteria, maar toekomstig co-directeur Roger Christmann vermoedt dat men vond dat maar eens iemand anders moest profiteren. “Als er voor tachtig procent aan goede internationale projecten uit België komt, zullen die niet allemaal subsidie krijgen.” Zo traag als de discussies over het EU-cultuurbeleid gaan, zo rap verloopt de samenwerking in de sector zelf, constateert Christmann. “De afgelopen vier jaar zijn wij met meer dan 110 Europese partners co-producties aangegaan. Dat betrof niet puur een uitwisseling van know-how en artiesten, maar echte financiële samenwerking. In de dans- en theatersector in België bestaat zelfs nauwelijks nog een voorstelling zonder Europese co-producent.” Maar niet overal is de situatie zo rooskleurig. “In grotere landen als Frankrijk en Italië is de noodzaak voor internationale samenwerking minder groot dan in kleine landen als België. De internationale circulatie en kennis van andere culturen is dan ook relatief kleiner; de stereotypen over andere landen des te groter.” Het KunstenFESTIVALdesArts werd in 1994 opgericht om te voorzien in een lacune. In Brussel was te weinig internationaal en Europees theater en dat was pijnlijk voor een stad die zich als Europese hoofdstad afficheert. Maar inmiddels geldt dat niet meer en zijn de bakens verzet. Christmann: “Nu proberen we een te eurocentrische blik te doorbreken. We kijken verder. Welke artiesten kunnen ons iets interessants over de wereld vertellen?”
Daarbij laat het festival zich niet op één thema of discipline vastpinnen. Het programma in mei richt zich bijvoorbeeld niet op de tien nieuwe lidstaten. Dat zou publicitair gemakkelijk zijn, maar het beperkt de artistieke vrijheid. Het is ook onnodig, merkt Christmann. “Vorig jaar hadden we een Iraanse productie, die ging over universele dingen als verlies. Daarbij is het verrassend hoeveel je terugvindt van de dingen van hier.” Als het gaat om samenwerking, loopt de cultuursector vijf of tien jaar voor op de Europese Unie, stelt Christmann. Komt er toch extra cultuurgeld, dan vindt hij het belangrijk dat Europa een toegevoegde waarde blijft steunen. “De Europese subsidiegever mag geen nationaal begrotingsprobleem oplossen. Het moet echt gaan om Europese projecten.”


Sandra Jongenelen is journalist.